Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- contactherstel binnen twee weken na de mondelinge behandeling zal worden opgestart, in die zin dat [minderjarige] de eerstvolgende zaterdagmiddag/zondagmiddag met de vader zal lunchen, daarna eenmaal in de veertien dagen voor een periode van 10 weken op zaterdagmiddag of zondagmiddag;
- in overleg met [minderjarige], rekening houdende met haar sociale leven, de contactregeling wordt besproken waarin wel enig structuur zal zijn;
- de moeder wordt verplicht haar medewerking te verlenen teneinde hulpverlening te accepteren voor [minderjarige] en de ouders;
- [minderjarige] in de even jaren zowel in de herfstvakantie als in de voorjaarsvakantie van vrijdag na school tot de week daaropvolgend zondagavond bij 19.30 uur de vader verblijft;
- [minderjarige] in de oneven jaren in de meivakantie (twee weken) van vrijdag na school tot de laatste vakantiedag (zondagavond 19.30 uur) bij de vader verblijft;
- voor het overige, voor wat betreft de kerst en de zomervakantie, de regeling blijft gelden zoals door het hof bij beschikking van 26 november 2015 is vastgesteld;
- de moeder wordt veroordeeld om haar volledige medewerking te verlening aan de hulpverlening, contactherstel en de contactregeling, onder verbeurte van een bedrag van € 1.000,- per dag, dan wel gedeelte van de dag dat de moeder geen volledige medewerking verleent en/of dat de moeder de uitspraak van het hof niet of slechts gedeeltelijk nakomt, althans dat het hof een dwangsom bepaalt;
- de ouders, bijgestaan door hun advocaten;
- de bijzondere curator;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad].
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 14 juli 2020;
- de brief van de bijzondere curator van 1 december 2020;
- de brief met bijlagen van de bijzondere curator van 14 december 2020.
3.De beoordeling
[minderjarige]), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats].
.
- Hoe verloopt de ontwikkeling van [minderjarige]? Waar liggen de krachten en de eventuele zorgen?
- Waar komen de belemmeringen bij [minderjarige] vandaan die ervoor zorgen dat zij geen contact wil met de vader?
- Zijn er bij de moeder belemmeringen aanwezig, en zo ja, waaruit bestaan deze belemmeringen, die een contactherstel tussen de vader en [minderjarige] in de weg staan?
- In hoeverre is de moeder in staat om de mogelijke gevolgen voor [minderjarige] op de lange termijn van een (huidige) ontzegging van het contact tussen de vader en [minderjarige], te overzien en wat heeft de moeder hiervoor nodig?
- Wat is nodig om de belemmeringen bij [minderjarige] en/of de moeder voor contactherstel tussen de vader en [minderjarige] weg te nemen?
- Welke (on)mogelijkheden ziet de raad voor contactherstel tussen de vader en [minderjarige]?
- Indien contactherstel is aangewezen, welke professionele begeleiding is dan nodig en zo ja, voor wie en aan welke hulpverlening/begeleiding kan worden gedacht?
- Zijn er gronden om te bepalen dat geen zorgregeling kan worden vastgesteld?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in het kader van de voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?
4.De beslissing
29 november 2021 pro forma;