ECLI:NL:GHSHE:2021:1712

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 mei 2021
Publicatiedatum
10 juni 2021
Zaaknummer
20-000548-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 SrArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor witwassen met onvoorwaardelijke gevangenisstraf

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor witwassen. De politierechter veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 11 weken, met aftrek van voorarrest, en verbeurdverklaring van diverse voorwerpen waaronder twee horloges en een geldbedrag van €11.350.

Verdachte ging in hoger beroep en verzocht om een geheel voorwaardelijke straf, gekoppeld aan medewerking aan een behandeling voor zijn ernstige lachgasverslaving. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis.

Het hof oordeelde dat ondanks de verslaving een voorwaardelijke straf niet passend is gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde. Het bevestigde daarom het vonnis van de politierechter, waarbij de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gehandhaafd blijft. Het hof wees erop dat bij cassatie een nadere motivering van de bewijsmiddelen zal worden gegeven, omdat de politierechter deze slechts opsomde zonder inhoudelijke weergave.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 14 mei 2021, waarbij twee raadsheren niet konden tekenen.

Uitkomst: Bevestiging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 weken voor witwassen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000548-20
Uitspraak : 14 mei 2021
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sr Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 13 februari 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-860403-18 tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 weken, met aftrek van voorarrest, met verbeurdverklaring van de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten een horloge van het merk Audemars Piquet, een horloge van het merk Hublot en een geldbedrag van in totaal € 11.350,00.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte door diens raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en het hof verzocht om oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zijn medewerking zal verlenen aan een behandeling voor zijn verslaving (aan lachgas).
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, nu het hof in hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding ziet tot oplegging van een andere straf. Het hof acht, ondanks de gestelde ernstige verslaving aan lachgas, oplegging van een voorwaardelijke straf zoals door de verdediging voorgesteld niet passend gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof verenigt zich derhalve met hetgeen de politierechter heeft overwogen met betrekking tot de uitgangspunten voor de op te leggen straf zoals vastgelegd in de oriëntatiepunten, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur als opgelegd.
Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, zal het hof de inhoud van de door de politierechter in het vonnis opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest, welke aanvulling dan aan het verkorte arrest wordt gehecht. De politierechter heeft immers volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zonder de inhoud van die bewijsmiddelen weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. J. Platschorre, voorzitter,
mr. C.P.J. Scheele en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 14 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mrs. Scheele en Muijen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.