ECLI:NL:GHSHE:2021:175
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens witwassen ondanks betwisting herkomst geld
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een ontnemingsvordering van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op € 9.424,46 en een betaling van € 8.000 aan de staat werd opgelegd. De verdediging voerde aan dat het bedrag legaal was verkregen, onder meer door een lening van de oom van betrokkene en legale gokwinsten.
Het hof oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende concreet en verifieerbaar waren. De lening van € 9.000 werd niet aannemelijk geacht omdat er geen schriftelijke overeenkomst was en betrokkene verklaarde het geld al jaren voor de periode van de kasopstelling te hebben opgebruikt. De gokwinsten werden onvoldoende onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat de vordering van de benadeelde partij over stroomdiefstal niet in mindering kon worden gebracht op de ontnemingsvordering.
Verder constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep, waardoor een matiging van 15% van de betalingsverplichting gerechtvaardigd werd. De beslissing van de rechtbank werd bevestigd met deze matiging. Het arrest werd uitgesproken op 20 januari 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van € 8.000 met een matiging van 15% wegens termijnoverschrijding.