De curator heeft in zijn brief het volgende geschreven. [appellant] is regelmatig verzocht om de administratie aan de curator af te geven, maar is daarmee voortdurend in gebreke. Zo ontbreken nog de kolommenbalans 2021, de grootboekmutatie 2019 t/m 2021, het crediteurenoverzicht, de debiteurenlijst, de contacten met klanten, een opgave onderhanden werk, de auditfiles 2019 t/m 2021, de jaarrekening 2020 en een back-up van de administratie. Vanwege het ontbreken van essentiële administratieve informatie is de curator niet in staat om de vermogenspositie van de eenmanszaak en van [appellant] goed te bepalen. De curator beschikt wel over de jaarrekening 2019.
Uit de jaarrekening 2019 blijkt dat [appellant] uit een omzet van circa € 700.000 een winst heeft behaald van circa € 79.000. Het jaar daarvoor was de omzet ruim 50% lager dan in 2019 en de winst circa € 24.000. De materiele vaste activa bestaan uit computers, machines en wat inventaris. De balanswaarde eind 2019 was circa € 6.000. Verder beschikt [appellant] over voertuigen die financial zijn geleased. Daarop zijn achterstanden ontstaan. Ook blijkt uit die jaarrekening een voorraad van ruim € 12.000.
Het is niet bekend of [appellant] in 2020 of 2021 nog andere materiele activa heeft aangeschaft.
De grootste balanspost in de jaarrekening heeft betrekking op debiteuren en onderhanden werk. Het gaat om een bedrag van in totaal ruim € 183.000.
[appellant] heeft verder recent een debiteurenlijst verstrekt. Daaruit blijkt dat er thans een debiteurenpositie is van iets meer dan € 462.000. Het merendeel van de debiteurenvorderingen heeft betrekking op openstaande facturen 2019 en 2020. Een bedrag van € 91.000 heeft betrekking op 2021.
Sinds het uitspreken van het faillissement hebben er geen betalingen meer door debiteuren plaatsgevonden. Tegen meerdere debiteuren lopen gerechtelijke procedures. Het gaat om een bedrag van meer dan € 400.000. De curator is op dit moment niet in staat de proceskansen daarvan in te schatten. Hij heeft evenwel sterk de indruk dat de debiteurenportefeuille niet of nauwelijks van enige waarde is. Sinds november 2020 is schattenderwijs van de nog openstaande posten van circa € 110.000 ongeveer
€ 90.000 aan de familie [betrokkene] in rekening gebracht. [betrokkene] bestrijdt de facturen. Er loopt een procedure bij de Raad van Arbitrage, opgestart door [betrokkene] . De overige openstaande facturen vanaf november 2020 hebben betrekking op andere relaties. Vanwege het ontbreken van de benodigde stukken is de curator niet in staat de omvang van het onderhanden werk in te schatten, laat staan de incasseerbaarheid daarvan.
[appellant] heeft een rekening-courant krediet bij Rabobank. Dat krediet is tot het overeengekomen maximum van € 40.000 bijna volledig volgetrokken. Rabobank heeft tot zekerheid van nakoming van het beschikbaar gestelde krediet pandrechten op de materiële vaste activa en debiteurenvorderingen.
Van de advocaat van [schuldeiser 3] ontving de curator bericht dat [schuldeiser 3] een geldlening aan [appellant] heeft verstrekt en dat [appellant] een overeengekomen aflossingsschema niet is nagekomen. [appellant] zou een bedrag van ruim € 53.000 opeisbaar aan [schuldeiser 3] zijn verschuldigd. [schuldeiser 3] zou voorts pandrechten hebben bedongen. De curator heeft niet kunnen verifiëren of het bedrag klopt. Hij heeft evenmin kunnen verifiëren of [schuldeiser 3] pandrechten heeft. Er zijn boedelschulden, concurrente schulden en preferente schulden. Aan de lijst van boedelschulden moet nog worden toegevoegd de huur van het bedrijfspand. De curator weet op dit moment niet hoe hoog die boedelschuld is.
De omvang van de ingediende preferente schulden tot en met datum van de brief is ruim € 207.000, waarvan meer dan € 204.000 betrekking heeft op fiscale schulden. De omvang van ingediende concurrente vorderingen tot en met 25 mei 2021 is ruim
€ 232.000. De curator heeft geen informatie waaruit blijkt hoe [appellant] zijn schuldeisers zal gaan betalen. Er is geen boedelactief gerealiseerd.