Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen twee beschikkingen van de rechtbank Limburg: de beëindiging van haar ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen en de verlenging van de ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing bij de pleegvader.
De kinderen staan sinds 2016 onafgebroken onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en verblijven sinds december 2016 bij de pleegvader. De moeder had aanvankelijk het eenhoofdig gezag, maar de rechtbank heeft dit in oktober 2020 beëindigd en de GI tot voogd benoemd. De moeder verzet zich tegen deze beslissingen en verzocht onder meer om een deskundigenonderzoek naar haar opvoedvaardigheden, maar dit verzoek werd afgewezen omdat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het eerder door de GI verzochte onderzoek.
Het hof overweegt dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de langdurige problematische situatie, de gebrekkige communicatie tussen ouders en het niet meewerken van de moeder aan het onderzoek. De verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom terecht en noodzakelijk. De bestreden beschikkingen worden dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en de verlenging van de ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing bij de pleegvader.