In deze civiele zaak in hoger beroep staat de vraag centraal of het installatiebedrijf adequaat heeft gehandeld bij het verhelpen van wateroverlast in een souterrainwoning en of de gefactureerde bedragen terecht zijn. Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten waarin is vastgesteld dat nader deskundigenonderzoek noodzakelijk is om te beoordelen of het werk van het installatiebedrijf voldoet aan de eisen van een redelijk bekwaam en handelend vakgenoot.
Appellant heeft een uitgebreide akte ingediend met vele aanvullende vragen voor de deskundige, maar het hof wijst deze akte af omdat deze het karakter van een memorie heeft en in strijd is met het procesreglement en de goede procesorde. Het hof beperkt het deskundigenonderzoek tot enkele concrete vragen die betrekking hebben op herstelwerkzaamheden en de reactie op een bijzondere opdracht van november 2011.
Het hof benoemt twee onafhankelijke deskundigen die gezamenlijk een rapport zullen opstellen. Partijen krijgen gelegenheid om zich over de deskundigen en vragen uit te laten en om opmerkingen te maken op het concept-rapport. Tevens wordt een voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek vastgesteld en worden procedurele afspraken gemaakt over het vervolg van de procedure.
De zaak wordt aangehouden in afwachting van het deskundigenrapport, waarna verdere memoriewisseling zal plaatsvinden. Het arrest benadrukt het belang van procesorde en het beperken van het deskundigenonderzoek tot relevante en toegestane onderwerpen.