Uitspraak
8.Het verdere geding in hoger beroep
9.De verdere beoordeling
- dat partijen met de principale grief 1 van [appellant] en de (enige) incidentele grief van [geïntimeerde] de in conventie door [geïntimeerde] gevorderde volledige hoofdsom van € 41.157,88 aan onbetaald gebleven facturen a. tot en met k. ter beoordeling aan het hof voorleggen (rov. 6.9);
- dat daarbij voor de verdere beoordeling in hoger beroep tot uitgangspunt dient dat [geïntimeerde] zich aanvankelijk had verbonden om bij de [plaats] panden periodiek de rioleringen en CV-installaties te onderhouden en om overigens concreet door [appellant] opgedragen werkzaamheden te verrichten (rov. 6.14.6), maar dat [appellant] op 24 november 2011 de bijzondere opdracht heeft gegeven om tegen betaling
- dat het hof de vraag dient te beantwoorden of [geïntimeerde] heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht, door als reactie op die bijzondere opdracht mee te delen dat zij daarvoor eerst op een moment dat water instroomt, aanwezig zal moeten zijn om de oorzaak ervan vast te kunnen stellen alvorens zij goede en deugdelijke voorzieningen tot stand kan brengen en opleveren zodat nieuwe wateroverlast in de souterrainwoning zoveel mogelijk wordt voorkomen (rov. 6.14.7.2);
- dat met het oog op de beantwoording van die vraag op dit punt een deskundigenonderzoek noodzakelijk is (rov. 6.14.7.3).
- dat het geding zich toespitst op werk dat [geïntimeerde] sinds de eerste wateroverlast heeft verricht en dat dit geding zich beperkt tot bij de onbetaald gebleven facturen a. tot en met k. door [geïntimeerde] aan [appellant] in rekening gebracht werk (rov. 6.15.2);
- dat daarbij destijds gangbare prijzen zijn gefactureerd (rov. 6.15.3.1);
- dat [appellant] echter niet hoeft te betalen voor daarbij in rekening gebracht werk ter herstel van eerder ondeugdelijk uitgevoerd (eigen) werk en dat om vast te kunnen stellen (of en) in hoeverre daarvan sprake is, eveneens deskundigenonderzoek noodzakelijk is naar mogelijk bij de facturen a., c. en e. tot en met k. in rekening gebracht herstelwerk (rov. 6.15.3.3 en 6.15.5);
- dat [appellant] mogelijk een beroep kan doen op opschorting of verrekening met een tegenvordering om schade te vergoeden (rov. 6.15.3.3), maar niet voor zover het gaat om schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming van een algemene beheerovereenkomst (rov. 6.17);
- dat voor zover het gaat om schadevergoeding wegens tekortkomingen die erin bestaan dat [geïntimeerde] geen goed en deugdelijk werk tot stand heeft gebracht of de zorg heeft betracht die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot betaamt, de beslissing wordt aangehouden tot na het deskundigenbericht (rov. 6.18).