ECLI:NL:GHSHE:2021:2030
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging voorlopige hechtenis en opheffing gevangenhouding verdachte
In deze zaak vorderde de advocaat-generaal verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte die was veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van een strafbaar feit. De voorlopige hechtenis was eerder geschorst geweest gedurende een lange periode.
Het hof heeft het dossier bestudeerd en concludeert dat er thans geen sprake meer is van een geschokte rechtsorde, mede doordat de voorlopige hechtenis lange tijd geschorst was. Ook het gevaar voor herhaling is volgens het hof niet langer aanwezig, aangezien verdachte tijdens de schorsing niet met politie of justitie in aanraking is gekomen.
Het voortzetten van de voorlopige hechtenis zou in feite neerkomen op de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, hetgeen niet de bedoeling is van voorlopige hechtenis. Daarom wijst het hof de vordering tot verlenging af en heft de voorlopige hechtenis op.
De beslissing is genomen door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 17 juni 2021, waarbij de advocaat-generaal en verdachte met raadsman zijn gehoord. De advocaat-generaal is belast met de tenuitvoerlegging van deze beschikking.
Uitkomst: De vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.