ECLI:NL:GHSHE:2021:2031
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging voorlopige hechtenis en opheffing gevangenhouding verdachte
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 17 juni 2021 uitspraak gedaan over de vordering van de advocaat-generaal tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte. Verdachte was reeds door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht.
De voorlopige hechtenis was eerder geschorst geweest gedurende een lange periode. Het hof oordeelt dat door deze langdurige schorsing de grond voor voorlopige hechtenis, namelijk de geschokte rechtsorde en het gevaar voor herhaling, niet langer aanwezig is. Verdachte is tijdens de schorsing niet met politie of justitie in aanraking gekomen.
Het hof benadrukt dat voortzetting van de voorlopige hechtenis feitelijk zou neerkomen op de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf, hetgeen niet de bedoeling is van voorlopige hechtenis. Daarom wijst het hof de vordering tot verlenging af en heft het de voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: De vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.