ECLI:NL:GHSHE:2021:2032

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 februari 2021
Publicatiedatum
1 juli 2021
Zaaknummer
20-001612-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994Art. 21 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken van grieven bij verkeersovertredingen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de politierechter in Maastricht, waarin verdachte was veroordeeld voor overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De opgelegde straf bestond uit een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 maanden.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van grieven. De verdachte had geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondeling bezwaren geuit, en had geen raadsman gemachtigd om dit namens hem te doen.

Het hof oordeelde dat zonder grieven het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard moest worden en dat de strafzaak niet inhoudelijk onderzocht hoefde te worden. Het vonnis van de politierechter blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001612-19
Uitspraak : 24 februari 2021

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 mei 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 96-255579-18 en 96-012703-19, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994
(96-255579-18 feit 1 en 96-012703-19)tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en ter zake van overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
(96-255579-18 feit 2)tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep vanwege het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. J.F. Dekking, voorzitter,
mr. E.N. van der Spoel en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,
en op 24 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.