Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake kinderalimentatie voor haar jongmeerderjarige en minderjarige kinderen. De rechtbank had de bijdrage van de vrouw vastgesteld op €100 per maand per kind. De vrouw betwistte haar draagkracht en verzocht om een nihil-bijdrage of een lager bedrag.
Het hof nam de feiten van de rechtbank over, waaronder de echtscheiding van partijen in 2006 en de geboortegegevens van de kinderen. De vrouw ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet en is vanwege fibromyalgie medisch vrijgesteld van sollicitatieplicht tot medio januari 2022. Hierdoor is haar verdiencapaciteit nihil en wordt uitgegaan van een minimale draagkracht van €50 per maand.
De man heeft een netto besteedbaar inkomen van €2.836 per maand, wat resulteert in een draagkracht van €690 per maand. De behoefte van de kinderen is vastgesteld op €500 per maand. Door de draagkrachtvergelijking wordt de bijdrage van de vrouw vastgesteld op €17 per kind per maand, en die van de man op €233,11 per kind per maand. Er is geen zorgkorting toegepast omdat er geen omgang is tussen de vrouw en de minderjarige.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de kinderalimentatie met ingang van 1 juli 2021 op €17 per kind per maand, uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.