Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
voorlopige voorzieninghangende het onderhavige hoger beroep de door de man aan de vrouw te betalen uitkering tot levensonderhoud voorlopig te bepalen op € 296,- bruto per maand;
bodemzaak,de bestreden beschikking, naar het hof begrijpt uitsluitend wat de partneralimentatie betreft, te vernietigen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de man ter zake een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw dient te betalen een bedrag van € 296,- bruto per maand, althans maximaal € 372,- bruto per maand, met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.