ECLI:NL:GHSHE:2021:2161
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de machtiging tot uithuisplaatsing die door de rechtbank Limburg is verleend. De kinderen staan sinds oktober 2019 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI).
De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelt dat de opvoedsituatie thuis veilig en stabiel is. De GI stelt daarentegen dat er sprake is van een ontoereikende opvoedsituatie, mede door de persoonlijke problematiek van de ouders, een heftige burenruzie en financiële problemen. De GI benadrukt dat de moeder onvoldoende beschikbaar is voor de kinderen en afspraken niet nakomt.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding, omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder wordt deels niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor de uithuisplaatsing van de andere twee kinderen, omdat de machtiging daarvoor is vervallen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en verklaart het hoger beroep van de moeder voor de andere kinderen niet-ontvankelijk.