ECLI:NL:GHSHE:2021:2162
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei
Appellant was sinds 9 mei 2016 onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die in 2019 met twee jaar werd verlengd tot 9 mei 2021. De rechtbank heeft bij vonnis de regeling beëindigd omdat appellant toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, met name de informatie- en inspanningsplicht, en heeft geen schone lei toegekend.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de bewindvoerder steeds op de hoogte hield en dat vermeende tekortkomingen al bekend waren bij de verlenging in 2019. Hij ontkende dat hij betalingen buiten de boedel hield en voerde aan dat de rechtbank onjuiste feiten gebruikte, zoals de vondst van contant geld en auto-eigendommen.
De bewindvoerder voerde aan dat appellant niet volledig en tijdig had geïnformeerd over zijn bezittingen, werkzaamheden en gebruik van een auto, en dat het rapport van de Belastingdienst en verklaringen van de FIOD aannemelijk maken dat appellant bewust gelden buiten de boedel heeft gehouden. Ook zijn nieuwe schulden ontstaan.
Het hof oordeelt dat appellant toerekenbaar tekort is geschoten in meerdere verplichtingen en dat de tekortkomingen niet van geringe betekenis zijn. Het primaire beroep op ne bis in idem faalt omdat de verlenging van 2019 geen oordeel over tekortkomingen bevatte. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toekenning van de schone lei af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.