Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de man van 3 juni 2021;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw van 4 juni 2021;
- de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen van de advocaat van de man.
3.De feiten
- [minderjarige 1] (hierna:
- [minderjarige 2] (hierna:
4.De omvang van het geschil
- € 600,- per maand per kind over de periode van 1 september 2019 tot 30 november 2019;
- € 537,- per kind voor de maand december 2019;
- € 555,- per kind per maand voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020;
- € 627,- per maand per kind met ingang van 1 januari 2021;
- althans op zodanige bedragen en met ingang van/over zodanige perioden als het hof juist acht.
5.De motivering van de beslissing
- € 1.332,- per maand (30% van € 4.440,-) van 1 september 2019 tot 1 januari 2021;
- € 1.429,50 per maand (30% van € 4.765,-) met ingang van 1 januari 2021.
- € 733,- (€ 366,50 per kind) per maand van 1 september 2019 tot 1 januari 2021 en;
- € 943,- (€ 471,50 per kind) per maand met ingang van 1 januari 2021.
6.De slotsom
7.De beslissing
- op € 366,50 per kind per maand voor de periode van 1 september 2019 tot 1 januari 2021;
- op € 471,50 per kind per maand met ingang van 1 januari 2021;