Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De man en vrouw zijn sinds 2013 gescheiden en hebben een minderjarig kind dat bij de vrouw woont. De man is onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand sinds 3 april 2018. De rechtbank had het verzoek van de man om de kinderalimentatie te wijzigen en op nihil te stellen afgewezen. De man is hiertegen in hoger beroep gekomen.
Het hof beoordeelde de inkomensgegevens van de man over 2018 tot en met 2020, waaruit bleek dat zijn netto besteedbaar inkomen laag was, met een minimale draagkracht van € 25 per maand. Daarnaast heeft de man een aanzienlijke schuldenlast van circa € 70.000, waardoor hij feitelijk geen draagkracht heeft om alimentatie te betalen.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat de vrouw geen terugbetalingsverplichting heeft voor eventueel teveel ontvangen alimentatie, heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en de kinderalimentatie met ingang van 3 april 2018 op nihil gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met terugwerkende kracht vanaf 3 april 2018 op nihil gesteld.