Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7521290 CV EXPL 19-1162)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- de memorie van grieven met producties dertien tot en met zestien en met wijziging van eis;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- Het leveren van beton, C20/25 mkl. XC3 c.g. F4 (CEM III) met toevoeging van grind nom. 16 mm.
- Het leveren en instrooien van een slijtlaag volgens klasse III MN (kwarts incl. cement).
- Onvlakheid volgens NEN 2747 (nov. 2001) vlakheidsklasse 5 (…)”
“scheuren zijn inherent aan een betonconstructie en kunnen slechts door ingrijpende maatregelen, zoals voorspannen, worden voorkomen”.Bij een vloer met vloerverwarming op isolatie zal de vloer behoorlijke thermische vervormingen ondergaan. Bij grote velden, langgerekte velden of vanuit inspringende hoeken kunnen dan scheuren ontstaan. Door op die plaatsen een voeg te maken kan t scheuren op andere locaties worden beperkt. In dit specifieke geval is een scheur aanwezig ter plaatse van de zaagsnede. De zaagsnede heeft te oordelen aan het ongescheurd zijn gebleven van het deel naar de muur dat niet is ingezaagd, niet gewerkt. Dit kan samenvallen met het niet diep genoeg inzagen, wat als gebrek is aan te merken. Daardoor zal de scheur zijn ontstaan die thans zichtbaar is.
- ACF heeft in deze te gelden als de deskundige partij bij de overeenkomst. Van haar had mogen worden verwacht dat zij op grond van die deskundigheid op specifieke punten haar verweer/kritiek deugdelijk had onderbouwd. Dat heeft zij niet althans onvoldoende gedaan. ACF laat het vooral bij meer in algemene termen geformuleerde kritiek over het vermeende ontbreken van onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij [deskundige 2] en op het in algemene termen bekritiseren van diens bevindingen.
- De deskundige, wiens deskundigheid op dit terrein voldoende blijkt uit de inhoud van productie 13 bij memorie van grieven, heeft de kwaliteit van de toplaag/de slijtvastheid getoetst aan de in de overeenkomst overeengekomen NEN-norm 2743 (versie 2003) en heeft, deugdelijk onderbouwd en op grond van zijn deskundigheid en ervaringen, vastgesteld dat de slijtvastheid van de toplaag niet voldoet aan die norm. Voldoende duidelijk is dat zelfs bij de minder belastende test die de deskundige heeft uitgevoerd er meer stof van de toplaag komt dan zou mogen worden verwacht van een deugdelijk aangebrachte vloer. Dat de deskundige niet precies aangeeft met welke vloeren hij de door ACF aangebrachte vloer heeft vergeleken doet hier niet aan af. Het deskundig oordeel luidt dat de hoeveelheid stof die van de vloer bij de test afkomt de grens overschrijdt van de gestelde NEN-norm. Dat [opdrachtgever] de vloer al een aantal jaren in gebruik heeft doet naar het oordeel van het hof evenmin af aan dit oordeel. Dat enkele gebruik verklaart immers niet waarom er zoveel/teveel stof van de vloer afkomt (en er sprake is van meer dan 2 mm afslijting).
- Dat de scheur in de vloer op afbeelding 3.10. van het rapport volgens ACF niet te zien zou zijn, betekent, anders dan ACF kennelijk meent, niet dat de constatering door de deskundige dat die scheur zich op die plek bevindt van onwaarde is. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid van die vaststelling door de deskundige te twijfelen. Dit zou misschien anders zijn geweest als ACF bij het onderzoek aanwezig was geweest en onderbouwd had kunnen aangegeven dat de deskundige zich heeft vergist en dat op die plek helemaal geen scheur aanwezig is, maar, zoals al gezegd, ACF heeft er zelf voor gekozen om het onderzoek niet bij te wonen.
4.De uitspraak
- € 720,00 aan proceskosten in conventie;
- € 120,00 aan nakosten;
- € 186,21 aan contractuele rente vanaf 25 april 2019;
- € 624,95 aan contractuele rente tot en met 24 april 2019;
- € 360,00 aan proceskosten in reconventie,
- € 972,00 griffierecht;
- € 86,27 kosten dagvaarding;
- € 720,00 salaris gemachtigde in conventie;
- € 360,00 aan salaris gemachtigde in reconventie;
- € 83,38 kosten dagvaarding in hoger beroep;
- € 2.071,00 aan griffierecht;
- € 787,00 aan salaris gemachtigde;