ECLI:NL:GHSHE:2021:2412

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 april 2021
Publicatiedatum
2 augustus 2021
Zaaknummer
20-003866-18
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 310 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging strafrechtelijke veroordeling voor diefstal door meerdere personen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 8 april 2021 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Breda van 3 december 2018. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal, en kreeg een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter bevestigd. De verdediging heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de strafoplegging ingebracht en ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte gaven geen aanleiding tot strafvermindering. Het hof heeft de bewezenverklaring aangevuld met de verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting in hoger beroep, waarin hij instemde met de bewezenverklaring van de feiten.

De beslissing is gebaseerd op de artikelen 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is ongewijzigd bevestigd en het arrest is uitgesproken in aanwezigheid van de voorzitter en raadsheren, met griffier als ambtelijk secretaris.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van drie maanden voor diefstal door twee of meer verenigde personen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003866-18
Uitspraak : 8 april 2021
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 december 2018, in de strafzaak met parketnummer 02-800504-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
wonende te [adres verdachte] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave.
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld ter zake van (1) diefstal door twee of meer verenigde personen en (2) diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.
Namens verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met aanvulling van de gronden waarop het berust en met verbetering van de wettelijke voorschriften. Het hof zal in zoverre opnieuw recht doen.
Het hof vult de bewijsmiddelen, waarop de bewezenverklaring van feit 1 en feit 2 berust, aan met het volgende bewijsmiddel:
-
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 25 maart 2021 afgelegd, voor zover inhoudende:
“Ik ben het eens met de bewezenverklaring van feit 1 en 2 zoals de politierechter deze in het vonnis van 3 december 2018 heeft opgenomen”.
In hoger beroep is voorts van de zijde van de verdediging nog verzocht om de straf te matigen.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof is van oordeel dat door en namens de verdediging niets is aangevoerd met betrekking tot hetgeen de politierechter in het kader van de strafoplegging heeft overwogen en beslist. Het hof ziet in hetgeen overigens in hoger beroep ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is gebleken geen aanleiding anders te overwegen en te beslissen en zal het vonnis waarvan beroep ook ten aanzien van de opgelegde straf bevestigen.
De wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A.H. Klip, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 8 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A.H. Klip zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.