ECLI:NL:GHSHE:2021:2478
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens onvoldoende bewijs groepsaansprakelijkheid mishandeling
Op carnavalszaterdag in februari 2012 werd appellant mishandeld nadat hij de feesttent verliet. Appellant stelde dat geïntimeerde deel uitmaakte van een groep die hem mishandelde en vorderde schadevergoeding voor materiële en immateriële schade.
De rechtbank stelde in eerste aanleg dat appellant moest bewijzen dat geïntimeerde als onderdeel van een groep hem had geslagen en getrapt. Dit bewijs werd onvoldoende geleverd, waarna de vorderingen werden afgewezen. Appellant ging in hoger beroep en voerde meerdere grieven aan, waaronder dat de rechtbank het bewijs onjuist had beoordeeld en dat alternatieve causaliteit niet was toegepast.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aanvullend bewijs had ingebracht en dat de verklaringen en medische stukken onvoldoende waren om het vereiste bewijs te leveren. Ook werd benadrukt dat de strafbeschikking tegen geïntimeerde geen gerechtelijke erkenning inhoudt die bindt in deze civiele procedure.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen, appellant werd niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het eindvonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd wegens onvoldoende bewijs van groepsaansprakelijkheid en causaal verband.