Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/359768 / KG ZA 20-348)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 3 augustus 2020 met een productie (het vonnis van 6 juli 2020);
- het herstelexploot van 26 oktober 2020;
- de memorie van grieven van [appellant] van 29 december 2020 met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] van 23 februari 2021 met producties;
- de akte van [appellant] van 30 maart 2021 met producties;
- de antwoordakte van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] van 13 april 2021 met producties.
3. De beoordeling
ex nunc) en dan kan worden vastgesteld dat de vordering, zoals gezegd, inmiddels achterhaald is. Deze vordering zal daarom, met de daaraan verbonden dwangsom, alsnog worden afgewezen. Dit betreft de onderdelen 5.2, 5.3 en 5.4 van het dictum van het vonnis van 6 juli 2020.