Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 januari 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep over het gezag over een minderjarige. De vader was in eerste aanleg niet geslaagd in zijn verzoek om het gezamenlijk gezag te behouden; de rechtbank had het gezag aan de moeder toegekend. De vader was in detentie geweest en hield contact met zijn kind via advocaten, terwijl de moeder de zorg op zich nam.
De vader voerde aan dat hij zijn verslaving had overwonnen en na zijn detentie weer zorg en verantwoordelijkheid wilde dragen, maar dat hij door de moeder buiten beeld werd gehouden. De moeder stelde dat de vader in het verleden onbetrouwbaar was geweest, geen initiatief nam en geen contact zocht, waardoor het belang van het kind bij haar lag. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het gezag aan de moeder toe te kennen.
Het hof stelde vast dat de vader sinds zijn detentie geen initiatief toonde en geen directe communicatie met de moeder plaatsvond. Ook was de vader onvoldoende op de hoogte van de snelle ontwikkeling van het kind. Het hof oordeelde dat het belang van het kind gediend was met het gezag alleen aan de moeder en dat een nader raadsonderzoek niet nodig was. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het besluit om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan de moeder toe te kennen.