ECLI:NL:GHSHE:2021:2608
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gevangenhouding wegens diefstal met gevaar voor herhaling afgewezen
Verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank voor 90 dagen in voorlopige hechtenis gesteld wegens diefstal van blikjes drank bij een supermarkt. Tegen deze gevangenhouding is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het beroep zes weken na het instellen, wat niet als voorspoedig werd beoordeeld, maar dit werd niet als schending van de belangen van verdachte gezien omdat de inhoudelijke behandeling na ongeveer 60 dagen zou plaatsvinden.
Uit het dossier blijkt dat verdachte bekend heeft en dat er voldoende bewijs is voor de diefstal. Verdachte heeft een verleden met soortgelijke delicten en kampt met criminogene omstandigheden zoals dakloosheid en middelengebruik, wat het hof aanleiding geeft te vrezen voor herhaling.
Namens verdachte werd een beroep gedaan op artikel 67a, derde lid, Sv, maar dit werd verworpen omdat het openbaar ministerie een ISD-maatregel vordert en de reclassering een onvoorwaardelijke ISD-maatregel adviseert. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van voorwaarden die herhaling kunnen voorkomen.
Het hof bevestigde de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de gevangenhouding wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt bevestigd.