ECLI:NL:GHSHE:2021:2631

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
26 augustus 2021
Zaaknummer
200.287.272_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 BWArt. 1:391 BWArt. 3 lid 2 sub a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 5 sub a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bewindvoerder wegens communicatieproblemen en benoeming opvolgend bewindvoerder

De rechthebbende, sinds 2012 onder bewind gesteld, ervaart al langere tijd problemen in de communicatie met de bewindvoerder, waaronder het niet ontvangen van kwartaaloverzichten en onvoldoende overleg met zijn mentoren. Ondanks eerdere gesprekken is er geen structurele verbetering opgetreden, waardoor het vertrouwen in de bewindvoerder is verdwenen.

De rechtbank wees het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af, maar het hof oordeelt anders. Gezien de langdurige communicatieproblemen en het ontbreken van stappen van de bewindvoerder om deze te verbeteren, is er sprake van een gewichtige reden voor ontslag. Ook is er sprake van een mogelijk belangenconflict doordat de stiefmoeder van de rechthebbende eveneens bij dezelfde bewindvoerder onder bewind staat.

Het hof benoemt de door de rechthebbende voorgestelde opvolgend bewindvoerder, die bereid is het bewind over te nemen. De jaarlijkse beloning en aanvangswerkzaamheden worden vastgesteld conform de geldende regeling. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek van de rechthebbende wordt toegewezen.

Uitkomst: Het hof verleent ontslag aan de bewindvoerder wegens gewichtige redenen en benoemt een opvolgend bewindvoerder.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 26 augustus 2021
Zaaknummer: 200.287.272/01
Zaaknummer eerste aanleg: 8258338 OV VERZ 20-123
in de zaak in hoger beroep van:
[de rechthebbende],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de rechthebbende,
advocaat: mr. H. Goedegebure.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de besloten vennootschap
[B.V.] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te noemen: de bewindvoerder.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 24 september 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 16 december 2020, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende de bewindvoerder te ontslaan met gelijktijdige benoeming van [opvolgend bewindvoerder] h.o.d.n. [naam] als opvolgend bewindvoerder.
2.2.
Er is geen verweerschrift ingediend.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 2021 Bij die gelegenheid is gehoord de rechthebbende, bijgestaan door mr. Goedegebure. Ook is gehoord [begeleider] , de begeleider van de rechthebbende van [organisatie] .
De bewindvoerder is
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- een V-formulier met bijlagen van de advocaat van de rechthebbende d.d. 19 januari 2021.

3.De beoordeling

3.1.
Bij beschikking van 21 juni 2012 heeft de kantonrechter van de rechtbank Middelburg over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende bewind ingesteld met benoeming van de bewindvoerder.
3.2.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant het verzoek van de rechthebbende tot ontslag van de bewindvoerder met gelijktijdige benoeming van [opvolgend bewindvoerder] h.o.d.n. [naam] als opvolgend bewindvoerder afgewezen.
3.3.
De rechthebbende kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.4.
De rechthebbende voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling – kort samengevat – het volgende aan.
De rechthebbende ervaart al langere tijd problemen in de communicatie met de bewindvoerder. Als voorbeelden noemt de rechthebbende dat hij niet steeds kwartaaloverzichten van inkomsten en uitgaven ontvangt of daar inzage in heeft, dat nauwelijks contact tussen zijn mentoren (zijn stiefmoeder en [mentor] ) en de bewindvoerder plaatsvindt én dat hij onvoldoende gelden ontvangt voor noodzakelijke uitgaven. De duidelijkheid en uitleg die hij met betrekking tot zijn financiële situatie nodig heeft, krijgt hij niet. Hij heeft hierover eerder met de bewindvoerder gesproken, maar na een periode dat de communicatie wat beter verliep, loopt de rechthebbende opnieuw tegen dezelfde problemen aan. Het noodzakelijke vertrouwen in de bewindvoerder is hij hierdoor kwijt geraakt. Hij wil een nieuwe bewindvoerder, ook omdat zijn stiefmoeder eveneens [B.V.] B.V. als bewindvoerder heeft en hierdoor mogelijk een belangenverstrengeling ontstaat. De door hem beoogde opvolgend bewindvoerder heeft zich bereid verklaard het bewind op zich te nemen.
3.5.
Het hof overweegt het volgende.
3.5.1.
Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef Pro en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, de rechthebbende of het openbaar ministerie dan wel ambtshalve.
3.5.2.
De rechthebbende staat sinds 2012 onder bewind en hij erkent dat het bewind nog nodig is. Wel ervaart hij al langere periode problemen in de communicatie met de bewindvoerder. In hoger beroep is voldoende gebleken dat de communicatie vanuit de bewindvoerder onvoldoende is afgestemd op wat de rechthebbende nodig heeft. De rechthebbende heeft onweersproken gesteld dat hij de afgelopen jaren meerdere keren aan de bewindvoerder kenbaar heeft gemaakt dat hij behoefte heeft aan meer duidelijkheid en overleg over zijn financiën, maar dat hierin geen structurele verbetering is gekomen. Voorts is gebleken dat na de procedure in eerste aanleg geen gesprek meer tussen de bewindvoerder en de rechthebbende heeft plaatsgevonden, ondanks dat de rechthebbende in eerste aanleg kenbaar heeft gemaakt geen vertrouwen meer te hebben in de bewindvoerder. Gelet op de omstandigheid dat de gestelde problemen al meerdere jaren spelen en vanuit de bewindvoerder geen stappen zijn gezet om alsnog tot een verbetering van de communicatie en afstemming met de rechthebbende te komen, heeft het hof niet de verwachting dat de situatie zal veranderen.
Verder komt uit de processtukken en het verhandelde ter zitting naar voren dat ook tussen de bewindvoerder en de mentoren van de rechthebbende het ontbreekt aan vertrouwen en onderling contact, terwijl met name de mentor [mentor] ook op financieel vlak veel voor de rechthebbende regelt.
Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden sprake is van een gewichtige reden tot ontslag van [B.V.] B.V. als bewindvoerder van de rechthebbende.
3.5.3.
Het voorgaande brengt mee dat het hof een nieuwe bewindvoerder dient te benoemen. De rechthebbende heeft verzocht [opvolgend bewindvoerder] handelend onder de naam [naam] tot bewindvoerder te benoemen. Uit de door de rechthebbende overgelegde bereidverklaring blijkt dat voornoemde bewindvoerder bereid is het bewind over de goederen die aan de rechthebbende (zullen) toebehoren op zich te nemen. Nu niet is gebleken van redenen die zich tegen deze benoeming verzetten, zal het hof overeenkomstig het verzoek van de rechthebbende beslissen.
3.5.4.
Omdat niet gebleken is dat sprake is van problematische schulden zal het hof de jaarlijkse beloning van de opvolgend bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling). De beloning voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolgend bewindvoerder zal het hof vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling.
3.6.
Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en het verzoek van de rechthebbende alsnog toewijzen zoals hierna is vermeld.

4.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 24 september 2020,
en opnieuw rechtdoende:
verleent met ingang van 1 oktober 2021 aan [B.V.] B.V. ontslag als bewindvoerder over de goederen van [de rechthebbende] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, wonende aan [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] ;
benoemt met ingang van 1 oktober 2021 [opvolgend bewindvoerder] handelend onder de naam [naam] , adres houdend te ( [postcode] ) [plaats] , Postbus [postbus] tot opvolgend bewindvoerder;
bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de rechthebbende en de opvolgend bewindvoerder en een - zo mogelijk door hen voor akkoord ondertekend - exemplaar ervan aan het Bewindsbureau van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Middelburg) overlegt;
bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder binnen drie maanden na aanvang van het bewind een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen dient op te maken en een afschrift daarvan dient in te leveren ter griffie (het Bewindsbureau) van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Middelburg);
stelt de jaarlijkse beloning van de opvolgend bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
stelt de beloning voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolgend bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW Pro een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Middelburg) in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en Bewindregister;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.M.C. Dumoulin en P.M.M. Mostermans en is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.