ECLI:NL:GHSHE:2021:2633

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
26 augustus 2021
Zaaknummer
200.296.419_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 810a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep tegen verlenging uithuisplaatsing minderjarigen

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 mei 2021, waarin de verlenging van de uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen is bepaald.

De moeder heeft bij het hof verzocht om vernietiging van deze beschikking en onder meer een onafhankelijk onderzoek te gelasten naar haar huidige mogelijkheden als ouder. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 augustus 2021 heeft de moeder haar standpunten gehandhaafd maar uiteindelijk haar hoger beroep ingetrokken, mede vanwege de geplande behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de rechtbank op 10 september 2021.

Het hof heeft daarop geoordeeld dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep omdat zij haar grieven niet handhaaft. De Raad voor de Kinderbescherming was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De gecertificeerde instelling heeft verzocht het hoger beroep af te wijzen en de beschikking te bekrachtigen.

Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bevestigt daarmee de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarigen.

Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van haar kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 26 augustus 2021
Zaaknummer : 200.296.419/01
Zaaknummer 1e aanleg : C/01/369727 / JE RK 21-555
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M. de Maaré,
tegen
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
Deze zaak gaat over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017, te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019, te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio: Oost-Brabant, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, van 14 mei 2021.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 juni 2021, en ter mondelinge behandeling van 12 augustus 2021, heeft de moeder het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:
- primair: een onderzoek ex 810a Rv te gelasten door een onafhankelijke instelling met bepaling dat de kosten hiervan voor ’s Rijks komen, dan wel een ander onderzoek te gelasten dat door de GI wordt uitgevoerd om te kijken wat de moeder de kinderen op dit moment kan bieden; en
- subsidiair: het verzoek van de GI met betrekking tot de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] af te wijzen.
2.2.
De GI heeft bij verweerschrift het hof verzocht het door de moeder ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2021.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. De Maaré;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2].
2.3.1.
Namens de raad is, met bericht van verhindering d.d. 19 juli 2021, geen vertegenwoordiger tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 4 mei 2021;
  • het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 29 juli 2021.

3.De beoordeling

3.1.
Ter mondelinge behandeling heeft de moeder benadrukt dat zij haar standpunten in hoger beroep handhaaft en niet berust in de uithuisplaatsing van de minderjarigen. Gelet echter op de (beperkte) periode waarop dit hoger beroep betrekking heeft, heeft zij haar hoger beroep ingetrokken. Dit ook mede gelet op het feit dat het verzoek van de GI inzake de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de rechtbank is ingediend en de mondelinge behandeling bij de rechtbank reeds is gepland op 10 september 2021.
3.2.
Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.N.M. Antens, E.L. Schaafsma-Beversluis en is op 26 augustus 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.