In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 mei 2021, waarin de verlenging van de uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen is bepaald.
De moeder heeft bij het hof verzocht om vernietiging van deze beschikking en onder meer een onafhankelijk onderzoek te gelasten naar haar huidige mogelijkheden als ouder. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 augustus 2021 heeft de moeder haar standpunten gehandhaafd maar uiteindelijk haar hoger beroep ingetrokken, mede vanwege de geplande behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de rechtbank op 10 september 2021.
Het hof heeft daarop geoordeeld dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep omdat zij haar grieven niet handhaaft. De Raad voor de Kinderbescherming was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De gecertificeerde instelling heeft verzocht het hoger beroep af te wijzen en de beschikking te bekrachtigen.
Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bevestigt daarmee de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarigen.