Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Smit;
- de vader, bijgestaan door mr. Reeven-Van Özer;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
- als reguliere zorgregeling stelt de rechtbank vast dat [minderjarige] de ene week bij de vader verblijft en de andere week bij de moeder volgens een co-ouderschapsregeling, waarbij het wisselmoment op zondag om 12.00 uur is;
- als regeling ter verdeling van de feestdagen en vakanties stelt de rechtbank vast:
parallel ouderschap’opgemaakt, dat is verzonden aan [instantie] en de gemeente [gemeente] en aan deze beschikking is gehecht. De bedoeling is dat de ouders door het volgen van het traject gericht op
parallel ouderschapeen manier kunnen vinden om beiden invulling te geven aan het ouder zijn van [minderjarige] , waarin ze met elkaar de zorg- en opvoedtaken van [minderjarige] kunnen afstemmen en dit los van elkaar kunnen vormgeven.
4.De beslissing
uiterlijk op 23 december 2021, of zoveel eerder als mogelijk, de eindrapportage over het verloop van het traject Ouderschap Blijft aan het hof over te leggen, onder vermelding van het zaaknummer;
uiterlijk op 13 januari 2022te reageren op deze eindrapportage en daarbij aan te geven of, en zo ja waarom, zij een nieuwe mondelinge behandeling nodig vinden;
PRO FORMA 27 januari 2022.