ECLI:NL:GHSHE:2021:2651

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 augustus 2021
Publicatiedatum
30 augustus 2021
Zaaknummer
20-002156-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 279 SvArt. 359 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling diefstal door braak door gerechtshof 's-Hertogenbosch

In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij braak werd gebruikt om toegang te verkrijgen. De politierechter had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek en de verbeurdverklaring van een knijptang.

Het hof verving de bewijsmiddelen van de politierechter door een eigen motivering, aangezien de politierechter slechts een opsomming gaf zonder inhoudelijke weergave. Het hof achtte de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang voldoende om het bewezenverklaarde vast te stellen en verwierp het primaire verweer van de verdediging tot vrijspraak.

De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd gehandhaafd, en het hof oordeelde dat de verbeurdverklaring van de knijptang terecht was. De raadsman van verdachte had verzocht om vrijspraak of teruggaaf van de knijptang, maar het hof wees deze verzoeken af.

Het arrest werd uitgesproken op 2 augustus 2021 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij één raadsheer wegens onmacht niet medeondertekende.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf en de knijptang is verbeurd verklaard.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002156-20
Uitspraak : 2 augustus 2021
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 6 oktober 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-214095-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Voorts heeft de politierechter de in beslag genomen knijptang verbeurd verklaard. De vordering van [benadeelde partij] is toegewezen tot een bedrag van € 100,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de in beslag genomen knijptang verbeurd zal verklaren.
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit en ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij] opgemerkt dat een vrijspraak met zich brengt dat de verdachte geen schade hoeft te vergoeden. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd en opgemerkt dat de verdachte de inbeslaggenomen knijptang terug wil hebben.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen, die geheel worden vervangen. De politierechter heeft immers in het beroepen vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zonder de inhoud van die bewijsmiddelen weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
De bewezenverklaring van de politierechter komt uitsluitend te berusten op de hierna bedoelde bewijsmiddelen en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring – zoals die zijn opgesomd in het vonnis van de politierechter, met uitzondering van de niet door het hof gebezigde bewijsmiddelen, te weten het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt
door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 20 juni 2019 (dossierpagina 108) en het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 3] op 4 juli 2019 (dossierpagina 109) – uitgewerkt in een aanvulling op dit verkorte arrest, welke aanvulling dan aan het verkorte arrest wordt gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
De door de raadsman aangevoerde argumenten die zouden moeten leiden tot de primair betoogde algehele vrijspraak, worden weerlegd door de inhoud van hierboven bedoelde bewijsmiddelen.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. J. Nederlof en mr. H.N. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos en mr. A. van Kaathoven, griffiers,
en op 2 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. H.N. Brouwer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.