ECLI:NL:GHSHE:2021:270
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot conservatoir beslag op onroerende zaken wegens onvoldoende onderbouwing vordering
Appellanten hebben bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg verzocht om conservatoir beslag te leggen op 21 onroerende zaken van betrokkene ter verzekering van verhaal van een vordering van bijna €100.000. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af omdat de vordering niet summierlijk deugdelijk was onderbouwd.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de voorzieningenrechter onvoldoende had gemotiveerd en dat de eerdere uitspraken waarop werd gewezen niet in kracht van gewijsde waren. Het hof overwoog dat conservatoir beslag bedoeld is om verhaal te waarborgen indien de vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, maar dat daarvoor een voldoende plausibele en juridisch logische onderbouwing vereist is.
Het hof constateerde dat appellanten niet geslaagd zijn in het verduidelijken van hun vordering, die ondoorgrondelijk en onvoldoende cijfermatig onderbouwd is, met name ten aanzien van boete, onrechtmatige verrijking en toekomstige schade. Ook de belangenafweging viel uit in het voordeel van betrokkene, gelet op de omvang van het beslag en het geringe belang van appellanten.
Daarom bekrachtigde het hof de afwijzing van het verzoek tot conservatoir beslag. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag op 21 onroerende zaken wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de vordering en een belangenafweging in het voordeel van betrokkene.