Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en verandering/vermeerdering van eis;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
rechtbankheeft in de beschikking van 15 augustus 2018 het volgende overwogen (rov. 3.9.):
manstelt dat de rechtbank de waarde van de aanhanger ten onrechte heeft vastgesteld op € 600,--. Volgens de man is de aanhanger afgeschreven en bedraagt de waarde ervan hooguit € 100,--.
vrouwvoert hiertegen het volgende aan.
hofis van oordeel dat, gezien de uit prod. 11 blijkende nieuwwaarde van een soortgelijke aanhangwagen van € 1.195,--, exclusief BTW, de door de rechtbank bepaalde waarde van de aanhanger van € 600,-- per peildatum, reëel is, daarbij in aanmerking nemend dat de man niet heeft betwist dat aanhangers een steady waarde vertegenwoordigen, met andere woorden betrekkelijk waardevast zijn. Bovendien heeft de man de door hem gestelde waarde van de aanhanger op geen enkele wijze onderbouwd. De eerste grief van de man faalt daarom.
manis de rechtbank ten aanzien van genoemde zaken uitgegaan van verkeerde financiële uitgangspunten en dient daarom een nadere verdeling en verrekening plaats te vinden.
vrouwheeft deze grieven betwist en daarbij voor alles gesteld dat de man in zijn grieven niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu, zoals de rechtbank in (rov. 3.17. van) het vonnis van 15 augustus 2018 heeft overwogen, partijen ter comparitie over de verdeling van deze goederen overeenstemming hebben bereikt en de verdeling van die goederen reeds is uitgevoerd. De rechtbank heeft om die reden de vorderingen van de vrouw (‘bij gebrek aan belang’) afgewezen. De overeenstemming van partijen blijkt ook uit de conclusie van antwoord van de man (p. 2).
manheeft daartegen aangevoerd dat hij zich niet herkent in de overeenstemming. Hij beheerst de Nederlandse taal gebrekkig en is te bereidwillig geweest bij de verdeling.
hofoverweegt als volgt.
De bankrekeningen, auto’s, opbrengst van de echtelijke woning en de aan de hypotheek gekoppelde spaarpolis (vorderingen sub IV, V, VI, VII, VIII)’het volgende overwogen (rov. 3.17.):
vrouwheeft gevorderd de man te veroordelen in de proceskosten, de kosten van het beslag, en de nakosten.
manheeft de vordering weersproken omdat geen sprake is van misbruik van procesrecht.
hofoordeelt als volgt.