ECLI:NL:GHSHE:2021:2791

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 september 2021
Publicatiedatum
7 september 2021
Zaaknummer
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wetboek van StrafvorderingArt. 67a Wetboek van StrafvorderingArt. 5 lid 1 sub a EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging en schorsing voorlopige hechtenis na hoger beroep gevangenisstraf

Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden wegens een strafbaar feit, met aftrek van voorarrest. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal verzocht om verlenging van de voorlopige hechtenis tot de duur van de opgelegde straf, terwijl de verdediging dit betwistte en subsidiair schorsing vroeg.

Het hof oordeelt dat het veroordelend vonnis een zelfstandige grond vormt voor voortzetting van de voorlopige hechtenis. Gezien het strafblad van verdachte en het gevaar voor herhaling acht het hof verlenging noodzakelijk. De verdediging voerde een beroep op artikel 67a lid 3 Sv, maar dit werd verworpen.

Gezien de nabijheid van de datum waarop de duur van het voorarrest gelijk wordt aan de strafduur, ziet het hof aanleiding tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Dit voorkomt dat het hoger beroep van verdachte nagenoeg betekenisloos wordt. De schorsing gaat in op een nader te bepalen datum en tijdstip, met voorwaarden zoals het niet onttrekken aan tenuitvoerlegging en het zich onthouden van strafbare feiten.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt verlengd tot de duur van de straf, maar geschorst vanwege de naderende datum van invrijheidstelling onder voorwaarden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer 1e aanleg : [nummer]
Parketnummer Hof : [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van [datum] strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van
[verdachte]
[geboortedatum en plaats]
[adres]
[detentieplaats]
Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 11 september 2021.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman mr. J.H.E.M. Kersemaekers.
Het hof heeft gezien een schriftelijke verklaring van verdachte waaruit blijkt dat hij niet op de vordering wenst te worden gehoord.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte bij vonnis van de rechtbank op [datum] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht, wegens kort gezegd [strafbaar feit]. Tegen dat vonnis is namens verdachte hoger beroep aangetekend.
Door de advocaat-generaal is gevorderd de voorlopige hechtenis te verlengen tot aan de dag waarop het voorarrest gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Namens verdachte is verzocht de vordering af te wijzen wegens ontbreken van gronden, subsidiair is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen opdat verdachte zijn berechting in vrijheid kan afwachten.
Het hof overweegt als volgt.
Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Het veroordelend vonnis vormt op grond van het Wetboek van Strafvordering een zelfstandige grond voor de voortzetting van de voorlopige hechtenis.
De voorlopige hechtenis is voorts bevolen op grond van het gevaar voor herhaling. Het gevaar voor herhaling als dragende grond voor de voorlopige hechtenis is door de verdediging betwist. Het hof is echter van oordeel dat er nog steeds gevaar voor herhaling is. Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking gekomen, ook voor [soortgelijke strafbare feiten], en meermalen voor vermogensdelicten, en is daar ook voor veroordeeld. Die veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden zich zodanig te gedragen dat er thans een veroordelend vonnis voor ligt ter zake van wederom [strafbaar feit]. Verdachte lijkt enigermate resistent voor optreden van politie en justitie, gelet op het inmiddels omvangrijke strafblad en dat doet ernstig vrezen voor herhaling.
Namens verdachte is een beroep gedaan op de bepaling van artikel 67a, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof is van oordeel dat deze omstandigheid zich niet voordoet.
Het hof zal derhalve het verzoek tot afwijzing van de vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis afwijzen en de vordering van de advocaat generaal toewijzen.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof overweegt als volgt.
Door het veroordelend vonnis is de vrijheidsbeneming van verdachte komen te rusten op artikel 5 lid 1 sub a van Pro het EVRM, nu het hof van oordeel is dat het veroordelend vonnis is gegeven door een daartoe bevoegde rechter en van het vonnis niet gezegd kan worden dat het feitelijk en of juridisch evident onjuist is. Het recht de berechting in vrijheid af te wachten is dan niet zonder meer nog langer van toepassing. Dat neemt niet weg dat er redenen kunnen zijn om de voorlopige hechtenis te schorsen, bijvoorbeeld omdat er sprake is van bijzondere zwaarwichtige omstandigheden of omdat de dag van de invrijheidstelling van verdachte naderbij is en voortzetting van de voorlopige hechtenis ertoe kan leiden dat het namens verdachte tegen het veroordelend vonnis ingestelde hoger beroep nagenoeg betekenisloos wordt.
In deze zaak zou verdachte op [datum] in vrijheid moeten worden gesteld aangezien de duur van het voorarrest dan gelijk wordt aan de aan verdachte opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof ziet in de nabijheid van de datum van invrijheidstelling reden om de voorlopige hechtenis te schorsen onder na te melden voorwaarden.
Het hof wijst toe het verzoek en schorst de voorlopige hechtenis
met ingang van [datum] om [tijdstip]

BESCHIKKENDE:

Verlengtde geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte tot het tijdstip, waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de opgelegde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Beveeltdat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst
met ingang van [datum] om [tijdstip]

Stelt aan de verdachte als voorwaarden der schorsing:

  • dat verdachte - indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen - zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, niet zal onttrekken;
  • dat verdachte -ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen- tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
  • dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis zal onthouden van het plegen van strafbare feiten;
  • dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie.
Aldus gedaan op 2 september 2021
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. J.P.F. Rijken en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van S.J.H. van Beekveld, griffier.
De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.
’s-Hertogenbosch, 2 september 2021
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De Directeur van de [detentieplaats]