Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen, geboren in 2007 en 2011. De moeder voert aan dat zij haar leven op orde heeft, abstinent is van middelengebruik, en dat de kinderen weer thuis kunnen wonen. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de kinderen momenteel een noodzakelijke behandeling ondergaan bij de Mutsaersstichting en dat het nog te vroeg is voor terugplaatsing.
De rechtbank had eerder de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 2 maart 2022. Het hof overweegt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en dat de behandeling bij de Mutsaersstichting noodzakelijk is vanwege ernstige trauma’s en complexe problematiek bij de kinderen. De positieve ontwikkelingen bij de kinderen en moeder worden erkend, maar een thuisplaatsing is op dit moment niet verantwoord.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af. De behandeling en observatie bij de Mutsaersstichting blijven leidend voor een mogelijke toekomstige terugplaatsing.