Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met vier producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellanten huurden een woning waarin hennepkwekerijen werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor zes maanden op grond van de Opiumwet. De verhuurder ontbond daarop de huurovereenkomst per direct wegens tekortschieten in de nakoming van huurdersverplichtingen.
De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur en een vergoeding voor huurderving gedurende de sluitingsperiode. Appellanten voerden aan dat de huurovereenkomst eerder was geëindigd door opzegging, maar konden dit niet aannemelijk maken. Het hof oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was.
Het hof verwierp ook het verweer dat de verhuurder haar schade had moeten beperken door bezwaar tegen de sluiting aan te tekenen, omdat dit weinig kans van slagen had. De vorderingen van de verhuurder werden bevestigd en appellanten werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt de huurders tot betaling van huur en schadevergoeding.