Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoeker] ;
- [betrokkene] namens de bewindvoerder en mentor.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap over verzoeker heeft afgewezen.
Verzoeker stelt dat de noodzaak voor het bewind is verdwenen en dat hij zijn financiën zelf kan beheren. Tevens klaagt hij over de slechte verstandhouding met de bewindvoerder en mentor en zijn ontevredenheid over zijn woon- en zorgsituatie.
De bewindvoerder en mentor betoogt dat de beschermingsmaatregelen nog steeds noodzakelijk zijn, mede vanwege het ontbreken van zelfstandigheid en overzicht bij verzoeker, en dat een nieuwe CIZ-indicatie nodig is voor begeleid wonen.
Het hof oordeelt dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat de oorzaken voor het bewind en mentorschap zijn weggevallen en bevestigt de beschikking van de rechtbank. Wel wordt ambtshalve ontslag verleend aan de huidige bewindvoerder en mentor vanwege de slechte samenwerking, en wordt een opvolger benoemd.
De jaarbeloning en aanvangswerkzaamheden van de nieuwe bewindvoerder en mentor worden vastgesteld conform de geldende regeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot voortzetting van bewind en mentorschap, ontslaat ambtshalve de huidige bewindvoerder en mentor en benoemt een opvolger.