Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.V.O.F. [de vof/geïntimeerde sub 1] ,
5.Het verdere geding in hoger beroep
6.De verdere beoordeling
vetgeprintdoor GHSHE):
vetgeprintdoor GHSHE):
vetgeprintdoor GHSHE):
vetgeprintdoor GHSHE) :
Ik ben een van partijen in deze procedure. Ik ben ook bij het vorige verhoor aanwezig geweest.
vetgeprintdoor GHSHE):
vetgeprintdoor GHSHE):
,Bouwservice niet geslaagd in het bewijs dat [geïntimeerde c.s.] voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst in de modelwoningen heeft gezien dat de plaatsing van de radiatoren aan het gebruik van voordeuren zonder stabilisatie, zoals opgenomen in de derde offerte, in de weg stond en dat [geïntimeerde c.s.] Bouwservice daar niet op heeft geattendeerd.
permanente aanwezigheid van een radiatorenspecifiek in de gang is niet komen vast te staan, gezien hetgeen de getuigen die wel in de modelwoning zijn geweest in de relevante periode daarover hebben verklaard.
meer subsidiaire,
nog meer subsidiaireen
meest subsidiairevorderingen.
conventiezijn op de door haar aangevoerde gronden niet toewijsbaar, en dit geldt ook voor haar vorderingen inzake de (terugbetaling van) proceskosten in conventie, de kosten van het deskundigenbericht en de beslagkosten.
reconventie. Deze grief slaagt. In reconventie zijn beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk gesteld zodat de proceskosten in reconventie tussen partijen gecompenseerd dienen te worden. De omstandigheid dat de reconventie in dit hoger beroep verder niet aan de orde is, staat aan deze beslissing niet in de weg. Het hof kan de beslissing aangaande de proceskosten in reconventie immers beoordelen uitgaand van de juistheid van de in reconventie genomen en niet bestreden beslissingen aangaande de inhoud.
Alleen op dit punt kan het vonnis van 8 mei 2019 niet in stand blijven.
4.De uitspraak
.]