ECLI:NL:GHSHE:2021:2966

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 april 2021
Publicatiedatum
30 september 2021
Zaaknummer
20-000831-20
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter inzake medeplegen verduistering en diefstal

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Limburg heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis bevestigd. De verdachte werd vrijgesproken van enkele diefstalfeiten, maar veroordeeld voor medeplegen van verduistering en een diefstal tot een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest.

De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte vrijgesproken moest worden van het onder 6 tenlastegelegde feit, waarbij het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor de stelling dat de verdachte mede-eigenaar was van de betrokken Mitsubishi. Het hof verwierp het verweer dat de verdachte slechts gedeeltelijk bijdroeg aan de aankoop en dat de tenaamstellingscode aan hem was verstrekt.

De benadeelde partij die in eerste aanleg niet-ontvankelijk werd verklaard in de vordering tot schadevergoeding, heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, waardoor die vordering niet meer aan de orde is. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor het onder 1 tenlastegelegde en bevestigde het vonnis van de politierechter met inachtneming van de overwegingen.

De uitspraak werd gedaan door mr. S.V. Pelsser (voorzitter), mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. B. Stapert, raadsheren, op 1 april 2021. Mr. Pelsser was buiten staat het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor medeplegen verduistering en diefstal, vrijgesproken van enkele diefstalfeiten.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000831-20
Uitspraak : 1 april 2021
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 5 maart 2020 in de strafzaak met parketnummer 03-196525-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep is de verdachte
  • vrijgesproken van de onder 1, 3 primair, 4 primair en 5 primair tenlastegelegde diefstal in vereniging;
  • veroordeeld voor het onder 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde medeplegen van verduistering en de onder 6 tenlastegelegde diefstal tot een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft de politierechter beslist op de vorderingen tot schadevergoedingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] .
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] is door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake die vordering, zodat die thans niet meer aan de orde is.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis zal bevestigen.
De verdediging heeft:
  • zich neergelegd bij de veroordeling voor de feiten 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair;
  • bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van feit 6;
  • bepleit dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust.
De verdediging heeft vrijspraak van feit 6 bepleit. Daartoe is in hoger beroep is van de zijde van de verdachte nog aangevoerd dat:
de verdachte als mede-eigenaar van de Mitsubishi met kenteken [kenteken] dient te worden aangemerkt;
dat moet worden aangenomen dat aangever [benadeelde partij 4] niet de tenaamstellingscode van de Mitsubishi aan de verdachte heeft gegeven;
dat uit het dossier niet kan worden vastgesteld dat de Mitsubishi op naam stond van aangever [benadeelde partij 4] .
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Ad 1
Aangever [benadeelde partij 4] heeft gesteld dat hij de Mitsubishi met kenteken [kenteken] heeft gekocht voor € 300,- en dat het de verdachte is geweest die dat geld namens hem aan de verkoper heeft betaald (zie p. 146 politiedossier).
De verklaring van de verdachte komt erop neer dat hij aan het aankoopbedrag van € 300,- een bedrag € 150,- zou hebben bijgedragen (zie p. 114 politiedossier). Die laatste bewering vindt geen enkele bevestiging in het dossier en de verdediging heeft ook geen stukken overgelegd ten bewijze daarvan, zodat het hof aan die verklaring voorbij gaat.
Ad 2
Uit de aangifte van [benadeelde partij 4] op p. 59 volgt:
  • dat de verdachte op 21 oktober 2018 heeft gebeld naar [betrokkene] , een vriendin van de verdachte en aangever (die op dat moment bij [betrokkene] was), en dat de verdachte tijdens dat telefoongesprek heeft gezegd dat hij een ongeluk had gehad met de Mitsubishi en om reden de tenaamstellingscode nodig had;
  • dat [betrokkene] vervolgens een foto heeft gemaakt van de tenaamstellingscode die aangever op dat moment in zijn bezit had, maar dat het op dat moment niet lukte om deze foto door te sturen omdat [betrokkene] geen internet had.
Het voorgaande betekent echter nog niet dat [betrokkene] die foto niet op een later moment, toen ze wel weer over internet beschikte, alsnog naar de verdachte heeft gestuurd. Het hof merkt daarover nog op dat de verdachte de bewuste Mitsubishi pas op 23 oktober 2018 te koop heeft aangeboden (zie p. 62 politiedossier), zodat er nog alle gelegenheid is geweest die foto voor die tijd alsnog door te sturen.
Ad 3
Met de raadsman stelt het hof vast dat het op p. 70 van het politiedossier afgebeelde kentekenbewijs niet hoort bij de Mitsubishi met kenteken [kenteken] .
Uit het op p. 80 van het politiedossier afgebeelde Bewijs van Ontvangst volgt echter dat aangever [benadeelde partij 4] op 8 november 2018 uit handen van de politie te Venlo in ontvangst heeft genomen (onder meer) een kentekenbewijs horende bij het ‘
kenteken [kenteken] tnv [benadeelde partij 4]’. Hiermee staat naar het oordeel voldoende vast dat de Mitsubishi met kenteken [kenteken] ook ten tijde van het tenlastegelegde onder 6 op naam stond van aangever [benadeelde partij 4] .
Conclusie
Het verweer van de verdediging wordt in al zijn onderdelen verworpen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. B. Stapert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Nieuwendijk, griffier,
en op 1 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Pelsser is buiten staat dit arrest te ondertekenen.