ECLI:NL:GHSHE:2021:2987
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na echtscheiding en co-ouderschap
Het hof bevestigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) van 13 oktober 2020 betreffende de kinderalimentatie voor het jongmeerderjarige kind van partijen. Het huwelijk van partijen werd in 2012 ontbonden en sindsdien zijn afspraken gemaakt over kinderalimentatie en co-ouderschap.
De man was in hoger beroep gekomen tegen de vastgestelde kinderalimentatie en de ingangsdatum daarvan. Hij stelde dat de terugwerkende kracht van de alimentatie onterecht was vastgesteld en dat de draagkracht van de vrouw hoger moest worden ingeschat. De vrouw verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen en in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep een hogere alimentatie vast te stellen indien het inkomen van de man zou stijgen.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van 1 november 2019 terecht was vastgesteld, omdat de man vanaf het verzoekschrift van de vrouw rekening kon houden met een hogere alimentatie. De draagkracht van de vrouw werd niet fictief verhoogd vanwege haar zorgplicht voor een jonger kind en de beperkte mogelijkheden tot uitbreiding van haar arbeidsuren. De zorgkorting werd vastgesteld op 35% conform de aanbevelingen van de Expertgroep, ondanks het betwiste hogere percentage van de man.
De kinderalimentatie werd vastgesteld op €499 per maand vanaf 1 november 2019 en €513,97 vanaf 1 januari 2021. Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover nodig en stelde de alimentatie opnieuw vast, wijzend verdere verzoeken af.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €499 per maand vanaf 1 november 2019 met een zorgkorting van 35%, en €513,97 vanaf 1 januari 2021.