Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 22b Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging gevangenisstraf en rijontzegging wegens overtreding Wegenverkeerswet
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Oost-Brabant, waarin verdachte was veroordeeld voor twee overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging een lichtere straf bepleitte vanwege persoonlijke omstandigheden.
De verdediging voerde aan dat verdachte de zorg draagt voor zijn meerderjarige zoon met psychoses en dat hij zijn alcoholgebruik onder controle heeft. Het hof nam deze omstandigheden mee, maar wogen zwaar mee dat verdachte voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten veelvuldig onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast is artikel 63 SrPro en het taakstrafverbod van artikel 22b Sr van toepassing.
Gelet op de ernst van de feiten en het strafrechtelijk verleden van verdachte, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Het hof wees een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straf of taakstraf af. Het vonnis van de politierechter werd bevestigd, met een gevangenisstraf van 6 weken en een rijontzegging van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Uitkomst: Bevestiging van 6 weken gevangenisstraf en een rijontzegging van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 26 februari 2020, in de strafzaak met parketnummer 96-259292-19 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] [geboortejaar] ,
wonende te [adres]
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld ter zake van:
feit 1, overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, en
feit 2, overtreding van artikel 8 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 (605 pg/1),
tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, alsmede (met betrekking tot feit 2) een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.
Namens verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de strafmotivering en de toepasselijke wetsartikelen.
Aanvulling strafmotivering
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht de verdachte, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een grotendeels voorwaardelijke straf dan wel een taakstraf. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte de zorg draagt voor zijn zoon, die regelmatig kampt met psychoses. Voorts is aangevoerd dat de verdachte inmiddels zijn drankgebruik onder controle heeft.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het hof heeft bij de straftoemeting ten nadele van de verdachte meegewogen dat hij, blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 januari 2021, betrekking hebbende op het justitieel verleden van de verdachte, voorafgaand aan het bewezenverklaarde veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast is zowel artikel 63 vanPro toepassing, als ook het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft geen werk, maar leeft op dit moment van een alleenstaande ouderuitkering. Daarnaast heeft de verdediging aangegeven dat de verdachte zijn alcoholgebruik inmiddels onder controle lijkt te hebben. Tevens heeft de verdachte de zorg voor zijn meerderjarige zoon die een medische geschiedenis heeft, en met name kampt met psychoses.
Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheid dat verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke misdrijven – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen redenen om hiervan af te zien en over te gaan tot oplegging van een (geheel) voorwaardelijke straf of een taakstraf, zoals door de verdediging is bepleit.
Gelet op het voorgaande zal het hof het vonnis waarvan beroep ook bevestigen ten aanzien van de opgelegde straf en strafmotivering.
Het verweer wordt derhalve verworpen.
Aanvulling toepasselijke wetsartikelen
Het hof vult de toepasselijke wetsartikelen aan met artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. O.A.J.M. Lavrijssen, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A.H. Klip, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 8 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A.H. Klip zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.