ECLI:NL:GHSHE:2021:3045
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering na vrijspraak in hoofdzaak
In deze zaak stond een ontnemingsvordering centraal waarbij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een betalingsverplichting van €15.000,- aan betrokkene had opgelegd. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, mede omdat in de onderliggende strafzaak vrijspraak was uitgesproken.
Het hof heeft het dossier bestudeerd, inclusief de vordering van de advocaat-generaal en de pleidooien van de verdediging. De advocaat-generaal verzocht bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging stelde dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak in de hoofdzaak.
Het hof oordeelde dat zonder veroordeling in de hoofdzaak het openbaar ministerie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de ontnemingsvordering. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak in de hoofdzaak.