ECLI:NL:GHSHE:2021:3045

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
6 oktober 2021
Zaaknummer
20-004030-19 OWV
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen ontnemingsvordering na vrijspraak in hoofdzaak

In deze zaak stond een ontnemingsvordering centraal waarbij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een betalingsverplichting van €15.000,- aan betrokkene had opgelegd. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, mede omdat in de onderliggende strafzaak vrijspraak was uitgesproken.

Het hof heeft het dossier bestudeerd, inclusief de vordering van de advocaat-generaal en de pleidooien van de verdediging. De advocaat-generaal verzocht bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging stelde dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak in de hoofdzaak.

Het hof oordeelde dat zonder veroordeling in de hoofdzaak het openbaar ministerie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de ontnemingsvordering. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak in de hoofdzaak.

Uitspraak

Parketnummer : 20-004030-19 OWV
Uitspraak : 7 oktober 2021
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 december 2019 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-060833-19 tegen:

[betrokkene] ,

geboren te [Geboorteplaats + datum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 15.000,- en heeft aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor dat bedrag.
Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft bepleit de ontnemingsvordering af te wijzen gelet op de in de onderliggende hoofdzaak bepleite vrijspraak.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering
Bij arrest van heden heeft dit hof in de onderliggende strafzaak met parketnummer 20-004019-19 betrokkene vrijgesproken.
Nu een veroordeling ontbreekt, kan het openbaar ministerie niet in de ontnemingsvordering worden ontvangen en zal – onder vernietiging van het vonnis van de rechtbank – het openbaar ministerie daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gewezen door:
mr. B. Stapert, voorzitter,
mr. P.T. Gründemann en mr. V.M. van Daalen-Mannaerts, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 7 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. V.M. van Daalen-Mannaerts is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.