ECLI:NL:GHSHE:2021:3048
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering na deelvrijspraak in zaak wapens en munitie
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht aan de orde gekomen. De betrokkene was veroordeeld voor handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, maar integraal vrijgesproken van het feit van gewoonte maken van opzetheling.
De ontnemingsvordering betrof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 788.162,60, met een betalingsverplichting van € 749.181,-. Het hof oordeelde dat aangezien de betrokkene vrijgesproken is van het hoofdfeit waarop de vordering was gebaseerd en er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij andere strafbare feiten, de vordering moet worden afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de ontnemingsvordering af. De strafrechtelijke veroordeling voor de wapens- en munitiezaken bleef ongewijzigd, met een taakstraf van 196 uren of subsidiair 98 dagen hechtenis.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen vanwege vrijspraak van het hoofdfeit.