ECLI:NL:GHSHE:2021:3048

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
6 oktober 2021
Zaaknummer
20-001786-15
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 13 Wet wapens en munitieArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontnemingsvordering na deelvrijspraak in zaak wapens en munitie

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht aan de orde gekomen. De betrokkene was veroordeeld voor handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, maar integraal vrijgesproken van het feit van gewoonte maken van opzetheling.

De ontnemingsvordering betrof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 788.162,60, met een betalingsverplichting van € 749.181,-. Het hof oordeelde dat aangezien de betrokkene vrijgesproken is van het hoofdfeit waarop de vordering was gebaseerd en er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij andere strafbare feiten, de vordering moet worden afgewezen.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de ontnemingsvordering af. De strafrechtelijke veroordeling voor de wapens- en munitiezaken bleef ongewijzigd, met een taakstraf van 196 uren of subsidiair 98 dagen hechtenis.

Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen vanwege vrijspraak van het hoofdfeit.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001786-15
Uitspraak : 7 oktober 2021
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 2 juni 2015 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-811743-09 tegen:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats + datum] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Vught, Nw Vosseveld 2 HvB Arres. te Vught.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 788.162,60 en is aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor een bedrag van€ 749.181,-.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft bepleit de ontnemingsvordering af te wijzen gelet op de in de onderliggende hoofdzaak bepleite vrijspraak.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.
Beoordeling van de ontnemingsvordering
De veroordeling
De betrokkene is bij arrest van dit hof van 7 oktober 2021 onder parketnummer
20-001785-15 ter zake van - kort weergegeven – feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en feit 3: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 196 uren, subsidiair 98 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
De betrokkene is bij dit arrest integraal vrijgesproken van een gewoonte maken van opzetheling in de periode van 1 april 2004 tot 22 april 2010 (feit 1).
Nu de vordering ter zake van het wederrechtelijk voordeel gebaseerd is op bovenstaande strafbare handelingen waarvan de betrokkene, dus van feit 1, is vrijgesproken, en er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor de betrokkenheid van betrokkene bij andere strafbare feiten, zal het hof de vordering afwijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door:
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. V.M. van Daalen-Mannaerts en mr. B. Stapert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 7 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. V.M. van Daalen-Mannaerts is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.