Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
tot1 mei 2016 bepaald op € 75,- per maand.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake partneralimentatie aan de vrouw na echtscheiding. De man betwistte de behoefte en behoeftigheid van de vrouw en stelde dat zij onvoldoende eigen inkomsten genereert en dat haar woonlasten niet correct zijn meegenomen.
De vrouw stelde dat de behoefte correct was vastgesteld volgens de hofnorm en dat zij voldoende inspanningen heeft verricht om in haar levensonderhoud te voorzien. Het hof concludeerde dat wijziging van woonlasten geen aanleiding geeft tot aanpassing van de behoefteberekening volgens de hofnorm en dat de vrouw haar huidige woonlasten aannemelijk heeft gemaakt.
Verder oordeelde het hof dat de vrouw voldoende aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan en dat haar verdiencapaciteit met ingang van 1 juni 2021 €26.508 bruto per jaar bedraagt. Dit leidt tot een aanvullende behoefte van €589 netto per maand, wat resulteert in een partneralimentatie van €1.152 bruto per maand vanaf die datum.
Het hof vernietigde het deel van de beschikking van de rechtbank dat de alimentatie vanaf 1 juni 2021 op een hoger bedrag stelde en bepaalde dat de man het te veel betaalde mag verrekenen met toekomstige termijnen tot maximaal €500 per maand. Het verzoek van de man tot inzage in nalatenschapsstukken werd afgewezen omdat de vrouw voldoende informatie had verschaft.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 1 juni 2021 verlaagd naar €1.152 bruto per maand en het verzoek tot inzage in nalatenschapsstukken wordt afgewezen.