De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek tot verhoging van de kinderalimentatie voor haar minderjarige kind. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €64,50 per maand, maar de vrouw stelde dat de draagkracht van beide ouders was gewijzigd.
Het hof heeft de feiten van de rechtbank overgenomen en beoordeelde de draagkracht van de vrouw en de man opnieuw. De vrouw werkt als gastouder, maar had in 2021 tijdelijk minder inkomsten doordat een gezin geen PGB meer beschikbaar had. Het hof oordeelde dat dit voor haar risico was en rekende met een hoger inkomen dan de vrouw zelf had opgegeven. De man kampte met gezondheidsproblemen waardoor zijn inkomen vanaf 1 september 2021 zou dalen.
Na berekening van het netto besteedbaar inkomen en toepassing van de wettelijke formule bepaalde het hof de draagkracht van de vrouw op €387 en die van de man op €369. De totale draagkracht was onvoldoende om in de behoefte van het kind te voorzien. De zorgkorting bleef 25%. De man moet daarom van 25 november 2020 tot 1 september 2021 €150 per maand betalen en vanaf 1 september 2021 €64,50 per maand.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover deze de kinderalimentatie betrof en stelde de alimentatiebedragen vast zoals hierboven vermeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.