Deze zaak betreft een zevenjarige minderjarige die gedeeltelijk uit huis is geplaatst bij haar tante. De moeder van het kind is overleden, waarna de vader het gezag kreeg. De vader is chaotisch en gestrest, wat de ontwikkeling en het behandeltraject van het kind negatief beïnvloedt. De rechtbank verleende een machtiging tot deeltijduithuisplaatsing, welke de vader aanvecht in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. De vader toont liefde en betrokkenheid, maar kan door zijn ADHD en chaotische omstandigheden onvoldoende stabiliteit bieden. De uithuisplaatsing bij de tante zorgt voor rust, structuur en veiligheid, wat positief is voor de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van het kind.
Hoewel de vader hulp zoekt, is er door lange wachttijden geen spoedige verbetering te verwachten. Het kind profiteert van de huidige situatie, met betere schoolprestaties en meer emotionele rust. Het hof wijst het beroep van de vader af en bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 22 april 2022.