Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellante] , bijgestaan door mr. Van der Bent en
- de heer [beschermingsbewindvoerder] van [B.V.] B.V., hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder.
3.De beoordeling
‘vanwege onvoldoende Nederlandse taalbeheersing’. Het hof leidt hieruit af dat als [appellante] de Nederlandse taal voldoende beheerst, zij in staat is om betaalde arbeid te verrichten en daarmee haar afloscapaciteit te maximaliseren, ondanks haar fysieke beperkingen.
‘in 2018 ten gevolge van onvoldoende financiële redzaamheid (gebrek aan beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de wet- en regelgeving)’en uit de stukken in het procesdossier blijkt dat [appellante] , ook met (en ondanks) hulp van derden, problemen ervaart door onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.