ECLI:NL:GHSHE:2021:3109
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging eenhoofdig ouderlijk gezag moeder wegens onvermogen tot adequate verzorging en opvoeding
De zaak betreft het hoger beroep van Stichting Jeugdbescherming Brabant tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant om het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder over haar minderjarige kind af te wijzen. De moeder oefent eenhoofdig gezag uit, maar het kind is sinds 2018 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie, waaronder huiselijk geweld en het ontbreken van hulpverlening.
In hoger beroep stelt de gecertificeerde instelling dat de moeder door haar persoonlijke problematiek, waaronder emotionele labiliteit en wantrouwen jegens hulpverlening, niet in staat is het belang van het kind te dienen. Dit wordt onderbouwd met een NIFP-onderzoek dat concludeert dat een thuisplaatsing niet in het belang van het kind is en dat de moeder niet kan voorzien in de specifieke opvoedingsbehoeften van het kind, die onder meer voortkomen uit een licht verstandelijke beperking en hechtingsproblemen.
De moeder betwist dit en stelt dat zij leerbaar is, samenwerkingsbereid is en al toestemming heeft gegeven voor traumatherapie. Het hof constateert echter dat de samenwerking met de GI onvoldoende is en dat de traumatherapie nog niet is gestart vanwege het ontbreken van toestemming van de moeder. Het belang van het kind om rust en duidelijkheid te krijgen weegt zwaarder dan het belang van de moeder om het gezag te behouden.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank, beëindigt het gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd. De moeder behoudt het recht op contact en informatie over het kind. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over de minderjarige wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd.