Uitspraak
5.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 27 juli 2021;
- de akte van [appellante] van 24 augustus 2021 met een productie;
- de antwoordakte van [wettelijk vertegenwoordiger/moeder] van 21 september 2021.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de ontvankelijkheid van appellante in hoger beroep centraal. Appellante had hoger beroep ingesteld tegen de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter, terwijl de dochter op het moment van het hoger beroep meerderjarig was geworden. Het hof heeft onderzocht of appellante zich bewust had kunnen zijn van de meerderjarigheid van de dochter.
Appellante stelde dat zij niet wist en ook niet hoefde te weten dat de dochter al meerderjarig was geworden vóór het vonnis van eerste aanleg. De wettelijk vertegenwoordiger betoogde dat appellante wel degelijk bekend was met de leeftijd en verjaardag van de dochter en dat het beroep op niet-ontvankelijkheid niet in strijd was met de goede procesorde.
Het hof overwoog dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet wist of redelijkerwijs niet kon weten dat de dochter meerderjarig was. De geboortedatum van de dochter was immers bekend en in eerdere stukken vermeld. Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die geen ruimte laat voor belangenafweging of herstel van de procedurefout door alsnog betrekken van de inmiddels meerderjarige partij.
Daarom verklaarde het hof appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens ontbreken van belang na meerderjarigheid van de dochter.