Uitspraak
8.Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep
9.De verdere beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
€ 30.725,39.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over diverse schadeposten en facturen voortvloeiend uit een aannemingsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde. Het hof behandelt het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant.
Het hof vernietigt onderdeel 5.1 van het bestreden vonnis voor zover daarin bepaalde gefactureerde posten zijn toegewezen en wijst deze alsnog af. Het totaal toewijsbare bedrag wordt vastgesteld op €30.725,39, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen tot volledige betaling. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €1.082,25 forfaitair toegewezen.
De appellant heeft afgezien van het leveren van bewijs voor een schadepost van €2.500,00 en vermindert daarmee haar eis. Het hof compenseert de proceskosten in hoger beroep, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis in reconventie wordt bekrachtigd voor zover het aan het hof is voorgelegd.
De uitspraak bevestigt dat de appellant aan geïntimeerde dient te betalen het genoemde bedrag inclusief rente en incassokosten, met onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze veroordelingen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van €30.725,39 plus wettelijke rente en incassokosten van €1.082,25 aan geïntimeerde.