Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[B.V. 1] B.V.,
1.[V.O.F. in liquidatie] V.O.F. in liquidatie,
1.Het verloop van de procedure
- de heer [betrokkene] namens [appellante] c.s., bijgestaan door mr. Sterk en zijn kantoorgenoot mr. G.E.R. Ummelen en
- mr. Van der Peet en zijn kantoorgenoot mr. M. van Veen namens [verweerster] c.s.
2.De beoordeling
- Bij vonnis van 3 december 2020 (C/03/282226 / KG ZA 20-355) van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, zijn [appellante] c.s. veroordeeld om aan [verweerster] c.s. afschriften te verstrekken van de administratie van de VOF, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag met een maximum van € 100.000,-. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
- Bij vonnis van 23 maart 2021 (C/03/289041 / KG ZA 21-84) heeft dezelfde voorzieningenrechter, na te hebben overwogen dat het aannemelijk is dat [appellante] c.s. niet volledig hebben voldaan aan hun bij het vonnis van 3 december 2020 opgelegde verplichting om afschriften te verstrekken van de volledige administratie van de VOF, de dwangsom opnieuw vastgesteld (verhoogd) naar € 7.500,- per dag met een maximum van € 200.000,-. Tegen dit vonnis hebben [appellante] c.s. hoger beroep ingesteld. De appelzaak is bij dit hof aanhangig onder zaaknummer 200.293.356/01. Ambtshalve heeft het hof inmiddels vastgesteld dat in deze zaak een mondelinge behandeling is bepaald op 12 januari 2022.
- De tenuitvoerlegging van beide vonnissen door [verweerster] c.s. heeft geleid tot een derde kortgedingprocedure waarin [appellante] c.s. hebben gevorderd – kort weergegeven – dat [verweerster] c.s. de executie staken van de vermeend door [appellante] c.s. verbeurde dwangsommen. Bij vonnis van 29 juni 2021 (C/03/292319 / KG ZA 21-190) heeft dezelfde voorzieningenrechter de vorderingen van [appellante] c.s. afgewezen.
- Tegen dit vonnis hebben [appellante] c.s. hoger beroep ingesteld. De appelzaak is bij dit hof aanhangig onder zaaknummer 200.296.785/01. Ambtshalve heeft het hof inmiddels vastgesteld dat in deze zaak arrest is gewezen op 5 oktober 2021, waarbij het hof de zaken met de nummers 200.296.785/01 en 200.293.356/01 heeft gevoegd vanwege de verknochtheid ervan: het hof is van oordeel dat de twee zaken een zodanige samenhang vertonen dat een gezamenlijke behandeling uit het oogpunt van doelmatigheid is geboden. In de zaak met nummer 200.296.785/01 heeft het hof op hetzelfde moment een mondelinge behandeling bevolen, namelijk op 12 januari 2022.
- de heer [registeraccountant] , registeraccountant, werkzaam bij [kantoor 1] (hierna: [kantoor 1] ) te [kantoorplaats] , die onder andere kan verklaren over de aan hem aangeleverde stukken;
- de heer [accountant van de VOF] , accountant van de VOF, werkzaam bij [kantoor 2] B.V. te [kantoorplaats] , die kan verklaren over alle stukken (administratie) die hij aan [kantoor 1] en [B.V. 3] heeft aangeboden en