Op 16 november 2019 werd verdachte verdacht van diefstal waarbij hij zich toegang tot de plaats van het misdrijf had verschaft door middel van braak. De politierechter in Zeeland-West-Brabant veroordeelde verdachte, maar tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en heeft opnieuw recht gedaan. Het hof verklaarde dat het tenlastegelegde onder 2 niet bewezen kon worden en sprak verdachte daarvan vrij. Voor het overige veroordeelde het hof verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van veertig uren. De gevangenisstraf werd voorwaardelijk opgelegd voor de duur van twee jaren, met een proeftijd waarin de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Daarnaast verklaarde het hof verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp en onttrok dit aan het verkeer. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf gelast. Het arrest is mondeling uitgesproken op 23 april 2021 door mr. C.P.J. Scheele.