ECLI:NL:GHSHE:2021:328
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.D.M. Lamers
- C.A.R.M. van Leuven
- H.A.M.W. Erven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: interen op vermogen van alimentatiegerechtigde
Partijen zijn in 1989 gehuwd en in 2012 gescheiden, waarbij een partneralimentatie van €1.133 per maand werd vastgesteld voor een periode van 12 jaar. De man verzocht om verlaging van de alimentatie naar €300 per maand vanaf 1 augustus 2018, stellende dat de vrouw op haar vermogen kan interen. De rechtbank wees dit verzoek af.
In hoger beroep staat centraal of de vrouw, die een substantieel vermogen heeft ontvangen uit de verdeling van de huwelijksgemeenschap en een nalatenschap, verplicht is om op dat vermogen in te teren. De vrouw heeft een relatief hoge woonlast en ontvangt sinds 2018 een pensioenvereveningsuitkering.
Het hof oordeelt dat, gelet op de omstandigheden en de duur van de alimentatieverplichting tot 2024, van de vrouw redelijkerwijs kan worden verlangd dat zij gedurende zeven jaar met €1.000 per maand op haar vermogen inteert. Hierdoor kan de partneralimentatie worden verlaagd naar €300 per maand vanaf de datum van de beschikking. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd naar €300 per maand omdat van de vrouw kan worden verlangd dat zij op haar vermogen inteert.