Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief met bijlagen van mr. van Tilborg d.d. 29 november 2019;
- de brief van mr. van Tilborg van 18 december 2019;
- de brieven van mr. van Tilborg van 8 juni 2020 en 10 juni 2020;
- de brief met bijlagen (producties 22-24) van mr. van Tilborg d.d. 10 juni 2020;
- het V6-formulier met bijlage van mr. Breukers d.d. 6 juli 2020;
- het V6-formulier met bijlage van mr. van Tilborg d.d. 27 augustus 2020.
- het V6-formulier van mr. van Tilborg van 11 september 2020;
- het V6-formulier van 10 november 2020 van mr. Breukers.
- het V6-formulier van 2 december 2020 van mr. Breukers, met als bijlagen producties 2 en 3;
- het V6-formulier van 3 december 2020 van mr. van Tilborg met als bijlagen het aanvullend beroepschrift en productie 32;
- het V6-formulier van 4 december 2020 van mr. van Tilborg, met als bijlage productie 33;
- het V6-formulier van 8 december 2020 van mr. van Tilborg, met als bijlage productie 34.
3.De beoordeling
Daarnaast heeft [appellant] grote moeite met de financiële motieven van [verweerder] in deze procedure. Overigens is [appellant] nooit buiten rechte door de advocaat van [verweerder] aangesproken in deze kwestie.
Het beroep van [appellant] op het niet mee willen werken aan een DNA-onderzoek in verband met een inbreuk op zijn lichamelijke integriteit slaagt niet. [verweerder] verwijst in dat verband naar een uitspraak van de Hoge Raad van 22 september 2000 (NJ 2001, 647) waarin een dergelijke inbreuk geoorloofd wordt geacht. Bovendien heeft [appellant] al in een eerder stadium aan een DNA-onderzoek meegewerkt en heeft het toen ook niet als een onaanvaardbare inbreuk ervaren.