ECLI:NL:GHSHE:2021:3317
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis na beëindiging bevel bewaring
Tegen verdachte was door de rechter-commissaris een bevel bewaring verleend vanwege ernstige bezwaren omtrent poging tot zwaar lichamelijk letsel en gevaar voor herhaling. Op dezelfde dag werd de voorlopige hechtenis geschorst onder voorwaarden. Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf en de schorsing van de voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Verdachte verzocht het hof om schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof onderzocht of het bevel bewaring nog van kracht was, mede aan de hand van de vraag of verdachte zich had gemeld bij het politiebureau voor insluiting. Hoewel de advocaat-generaal geen bevestiging kon verkrijgen van die melding, gaf het hof verdachte het voordeel van de twijfel.
Het hof oordeelde dat het bevel bewaring daadwerkelijk was geactiveerd bij de melding van verdachte, dat verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging had onttrokken en dat het bevel na 14 dagen was geëindigd. Omdat het bevel niet meer bestond, kon het verzoek tot schorsing niet worden ingewilligd en verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het verzoek.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis omdat het bevel bewaring is geëindigd.