Partijen zijn in 2003 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2013 is een convenant opgesteld waarin afspraken over alimentatie zijn vastgelegd, waaronder een voorwaarde dat de man schulden zou aflossen voor 1 januari 2017 om partneralimentatie te voorkomen.
De vrouw verzocht in eerste aanleg om verhoging van de alimentatie, waarbij de rechtbank dit deels toewijst met ingang van 1 januari 2017. De man stelt dat hij de schulden nog niet volledig heeft afgelost en pleit voor een latere ingangsdatum. In hoger beroep is het geschil over de ingangsdatum, de hoogte van de kinderalimentatie en de partneralimentatie centraal.
Het hof overweegt dat de ingangsdatum redelijkerwijs op 25 september 2019 moet worden vastgesteld, de datum van het inleidende verzoek. Partijen bereikten overeenstemming over kinderalimentatie van €160 per kind per maand. De partneralimentatie wordt vastgesteld op nihil omdat de vrouw met haar eigen inkomen in haar behoefte kan voorzien.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijzigt de alimentatieverplichtingen conform deze overwegingen. Eventuele teveel betaalde bedragen hoeven niet te worden terugbetaald omdat deze doorgaans worden verbruikt.